F.A.Q.

EURIB is een academisch instituut dat werkt vanuit de overtuiging dat theorieën en conceptuele kaders een enorme toegevoegde waarde voor de praktijk kunnen hebben (of zoals Kurt Lewin het verwoordde: ‘er is niets zo praktisch als een goede theorie’). Binnen het EURIB Masterprogramma staat steeds de vraag centraal wat de toegevoegde waarde van wetenschappelijk ontwikkelde kennis voor de praktijk is. Dit betekent dat de studenten in onze opleidingen intellectueel worden uitgedaagd om tot de beste oplossing voor een probleem te komen. Bij veel andere opleidingen ligt het accent meer op opdoen van nieuwe kennis uit praktijkervaringen.

De opleiding is te vinden in de NVAO-databank waarin alle door de NVAO geaccrediteerde Nederlandse en Vlaamse hogeronderwijsopleidingen, inclusief besluit en bijbehorend (advies)rapport staan. Daarnaast kan je de opleiding vinden in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO), dit is het officiële register van geaccrediteerde opleidingen binnen het Nederlandse hoger onderwijs. Het EURIB Masterprogramma is bij het CROHO te vinden met de zogenaamde brin code 30RB en/of de ISAT code 70171.

Eén van de overtuigingen van EURIB is dat wetenschappelijk gefundeerde kennis een enorme meerwaarde kan hebben voor de praktijk. De meeste universiteiten richten zich steeds meer op ‘wetenschap om de wetenschap’. EURIB heeft zich juist ten doel gesteld om kennis en inzichten op het gebied van brand, design en reputation management te ontwikkelen en te verspreiden en daarmee de positie van een manager in zijn werkveld te verstevigen. Studenten geven onomwonden aan dat de aanpak van EURIB hen daadwerkelijk verder helpt in hun baan en zelfs het pad effent voor een volgende stap in hun carrière.

Het is moeilijk een eenduidig beeld van de bedrijven te schetsen. Toch zien we veel deelnemers van dienstverlenende organisaties, business-to-business bedrijven en in zekere mate ook wel deelnemers die werkzaam bij producenten (van zowel duurzame als snellopende producten). Meest duidelijk is wel dat het vaak om bedrijven gaat die op nationaal of internationaal niveau werken, dan wel een sterke ambitie in die richting hebben.

Hoewel het EURIB Masterprogramma formeel wordt afgesloten met een examen, hoeven deelnemers geen tentamens te maken of examen te doen in de traditionele zin van het woord. Studenten worden beoordeeld op grond van opdrachten die zij moeten uitwerken en inleveren (deels individuele opdrachten en deels groepsopdrachten). Daarnaast moeten zij hun thesis na afronding verdedigen voor een examencommissie. Deze verdediging geldt formeel als het (eind-)examen voor de opleiding.

Een bekend Engels gezegde luidt: ‘The proof of the pudding is in the eating’. Omdat het soms moeilijk is uit te leggen wat het leereffect van een opleiding of masterclass is, kunnen potentiële kandidaten een proefcollege volgen. Natuurlijk is het ook mogelijk dat de course director in een persoonlijk gesprek de resterende vragen beantwoordt.

Hoewel dit per week iets kan verschillen, moet je uitgaan van een gemiddelde dat ligt tussen de 10 à 14 uur per week. Dit is inclusief de collegedagen, het uitwerken van opdrachten en het lezen van literatuur.

EURIB streeft er naar om in de periode van eind juni tot eind augustus geen colleges in te plannen. De laatste week van december en de eerste week van januari worden ook collegevrij gehouden. Daarnaast proberen we ook rekening te houden met de herfstvakantie en de meivakantie.

De voertaal in het masterprogramma is Nederlands. Bij buitenlandse gastsprekers is de voertaal Engels en in het masterprogramma wordt ook gebruik gemaakt van Engelstalige literatuur. Deelnemers die alleen Engels kunnen lezen en schrijven maar wel Nederlands verstaan, kunnen ook aan de opleiding deelnemen; de opdrachten en de thesis mogen namelijk in het Engels worden ingeleverd.

Het EURIB Masterprogramma is opgezet volgens een modulaire structuur. Dit betekent enerzijds dat een deelnemer in elke module van het eerste jaar kan instromen (M1, M2, M3 of M4) en anderzijds dat hij/ zij niet verplicht is alle modules te volgen (voor het afronden van het mastertraject is het echter wel noodzakelijk alle modules te volgen). De researchmodule van een opleiding kan alleen gevolgd worden nadat de vijf eerdere modules (M1, M2, M3, M4 en M5) met goed gevolg zijn afgerond. De mastertitel wordt alleen verstrekt indien een kandidaat alle zes de modules met goed gevolg heeft afgelegd.

Dat hangt er van af. Als een student na M1 ook M2 en eventueel M3 en M4 wil volgen, daalt de gemiddelde prijs per module. Als de student daarna ook de M5 en MR volgt, pakt de prijs voor de gehele opleiding wel iets hoger uit dan wanneer deze student zich gelijk bij aanvang voor de gehele opleiding inschrijft.

Bij inschrijving voor de gehele opleiding factureert EURIB in de regel twee keer per jaar. Indien modules kalenderjaar overschrijdend zijn, wordt de prijs van een module gesplitst in twee delen.

EURIB probeert voor de onderwerpen die in een programma staan de beste docenten aan te trekken; mochten deze in Nederland niet beschikbaar zijn, dan worden vaak buitenlandse docenten ingevlogen. EURIB kiest hier heel duidelijk voor kwaliteit. Daarnaast probeert EURIB de kosten zo laag mogelijk te houden, door met een kleine staf zonder overbodige overhead te werken.

Voor mensen die een opleiding privé betalen, is het mogelijk een betalingsregeling met EURIB te treffen. Veelal zijn deze regelingen gebaseerd op een gespreide betaling waarbij men gedurende drie jaar € 300 of € 400 per maand betaalt en het resterende bedrag in drie delen – verspreid over drie jaren – in de septembermaanden worden betaald. Deze resterende bedragen (à circa € 2.500) worden gewoonlijk gecompenseerd door belastingteruggaven over het voorgaande studiejaar. Op verzoek kan EURIB een voorstel voor een betalingsregeling uitwerken.

EURIB heeft een fiscaaladviesbureau gevraagd hierop een antwoord te formuleren. Graag merken we wel op, dat aan dit antwoord geen rechten ontleend kunnen worden.
‘Om voor aftrek van studiekosten in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning (box 1 inkomen). Met deze regeling wordt voorkomen dat een studie uit liefhebberij tot aftrek leidt. Voor de aftrek van studiekosten geldt een drempel van € 250 per partner. Er geldt een plafond van € 15.000 aan aftrekbare studiekosten voor zover die kosten worden gemaakt buiten de zogenoemde standaardstudieperiode. De standaard-studieperiode is een door de belastingplichtige aan te wijzen periode van 16 kwartalen (tussen de 18 en 30 jaar) waarin de tijd grotendeels aan de studie wordt besteed. In de standaardstudieperiode geldt geen plafond. De aftrek vindt plaats in het jaar van betaling van de studiekosten. Het maakt daarbij niet uit of de studiekosten uit eigen middelen dan wel met geleend geld worden betaald. Aftrek van studiekosten kan ook plaatsvinden in het jaar waarin deze kosten rentedragend zijn geworden’.