De IBRA-classificatie van Timmerman

Timmerman heeft op grond van diverse lijsten van merkassociaties zijn zogenoemde IBRA-classificatie opgezet. IBRA staat voor ‘Inventory of Brand Representation Attributes’. Alle te onderscheiden merkassociaties zijn volgens dit model in te delen in drie dimensies (product-, merk- of klantgerelateerd), tien hoofdcategorieën en 57 subcategorieën. Dit model is met name handig om een keuze van mogelijk relevante associaties voor een merk te maken.

Jennifer Aaker

Brand Personality volgens Jennifer Aaker

In 1997 publiceerde Jennifer Aaker in het Journal of Marketing Research het artikel ‘Dimensions of Brand Personality’. Hierin doet zij verslag van onderzoek naar dimensies van merkpersoonlijkheid. Op basis van onderzoek naar 37 Amerikaanse merken concludeert zij dat er vijf dimensies van merkpersoonlijkheid zijn te onderscheiden: (1) oprechtheid, (2) opwinding, (3) competentie, (4) gedistingeerdheid en (5) stoerheid.

laddering

Betekenisstructuuranalyse (BSA) van Reynolds en Gutman

Betekenisstructuuranalyse is een methode waarmee kan worden vastgesteld hoe (1) concrete eigenschappen (attributen) van een product of dienst kunnen worden geabstraheerd naar merkwaarden en (2) hoe merkwaarden op hun beurt kunnen worden vertaald naar concrete klantcontactmomenten. Groot voordeel van deze methode is dat men er niet alleen de identiteit van een merk mee kan benoemen (in termen van merkwaarden), maar tegelijkertijd ook de relevantie van waarden voor consumenten mee kan toetsen en kan nagaan welke aspecten van de identiteit ten opzichte van de concurrentie uniek zijn.

Jean-Noël Kapferer

Het Brand-Identity Prism model van Kapferer

In het Brand-Identity Prism model van Kapferer worden zes facetten van merkidentiteit onderscheiden: fysiek, persoonlijkheid, cultuur, relatie, reflectie en zelfbeeld. Door dit model in te vullen voor een specifiek merk, leert een brand manager om vanuit verschillende perspectieven naar het merk te kijken. Hierdoor kan bijvoorbeeld duidelijk worden waarom – en waarop – het beeld in de organisatie van het merkimago afwijkt en waar inconsistenties in de gedragingen van het merk zitten. Dit model is waarschijnlijk een van de meest gebruikte modellen om de identiteit van een merk vast te stellen.

Merkimago Transfer model van Riezebos

Merkimago Transfer model van Riezebos

Het model voor Merk Imago Transfer brengt de kritieke factoren voor imagotransfer in kaart, een proces dat relevant is bij ingredient branding, extensies, endorsement en co-branding. In het model worden een bron en een doel onderscheiden en zijn zes kritieke factoren benoemd voor de overdracht van associaties van bron naar doel.

Brand circle

De Brand Circle van Hugh Davidson

Hugh Davidson benoemt in zijn Brand Circle vier gebieden relevant voor het uitbouwen van een merk: de ‘inner core’, de ‘outer core’, de ‘extension zone’ en de ‘no-go area’. De middelste cirkel (‘inner core’) is het startpunt van de merkcyclus. Vervolgens kan een merk bij voldoende potentie/ merkfit meer producten introduceren, zowel in de ‘outer core’ als in de ‘extension zone’. Bij het oprekken van een merk is het goed ook te benoemen waar de grenzen van het merk liggen; in het model is dit benoemd als de ‘no-go area’.