Jean-Noël Kapferer

Het Brand-Identity Prism model van Kapferer

In het Brand-Identity Prism model van Kapferer worden zes facetten van merkidentiteit onderscheiden: fysiek, persoonlijkheid, cultuur, relatie, reflectie en zelfbeeld. Door dit model in te vullen voor een specifiek merk, leert een brand manager om vanuit verschillende perspectieven naar het merk te kijken. Hierdoor kan bijvoorbeeld duidelijk worden waarom – en waarop – het beeld in de organisatie van het merkimago afwijkt en waar inconsistenties in de gedragingen van het merk zitten. Dit model is waarschijnlijk een van de meest gebruikte modellen om de identiteit van een merk vast te stellen.

Merkimago Transfer model van Riezebos

Merkimago Transfer model van Riezebos

Het model voor Merk Imago Transfer brengt de kritieke factoren voor imagotransfer in kaart, een proces dat relevant is bij ingredient branding, extensies, endorsement en co-branding. In het model worden een bron en een doel onderscheiden en zijn zes kritieke factoren benoemd voor de overdracht van associaties van bron naar doel.

Brand circle

De Brand Circle van Hugh Davidson

Hugh Davidson benoemt in zijn Brand Circle vier gebieden relevant voor het uitbouwen van een merk: de ‘inner core’, de ‘outer core’, de ‘extension zone’ en de ‘no-go area’. De middelste cirkel (‘inner core’) is het startpunt van de merkcyclus. Vervolgens kan een merk bij voldoende potentie/ merkfit meer producten introduceren, zowel in de ‘outer core’ als in de ‘extension zone’. Bij het oprekken van een merk is het goed ook te benoemen waar de grenzen van het merk liggen; in het model is dit benoemd als de ‘no-go area’.

Brand Stretch model van Taylor

Brand Stretch model van Taylor

David Taylor onderscheidt in zijn Brand Stretch model zes stappen om tot een succesvolle extensie te komen: (1) het op sterkte brengen van het merk, (2) het formuleren van een merkvisie, (3) het bedenken van mogelijke extensies, (4) het kiezen van ‘extended products’, (5) het vormgeven van ‘extended products’ en (6) het formuleren van de merkpropositie voor communicatie. Sterk punt van dit model is dat het alle relevante beslissingen in de juiste volgorde in kaart brengt.

Brand Dilution model van Riezebos

Brand Dilution model van Riezebos

Door extensies kunnen merken ‘verwateren’, waardoor het voor consumenten niet meer duidelijk is waarom ze het moeten kopen. In het Brand Dilution model zijn twee factoren benoemd aan de hand waarvan het gevaar op verwatering ingeschat kan worden. Bij dit model is de Mona/ Vifit case beschreven, waar bij de splitsing van deze twee merken in 2001 gebruik is gemaakt van het Brand Dilution model.

Brand Alliance model van Jansen

Brand Alliance model van Jansen

Het Brand Alliance model van Michel Jansen onderscheidt twee effecten van merkallianties: (1) de bijdrage van beide merken aan de attitude ten aanzien van de merkalliantie en (2) het effect van de merkalliantie op de attitude van de in de alliantie participerende merken. Bijzonder aan dit model is dus dat het zich niet beperkt tot de vraag wat het succes van een merkalliantie bepaalt, maar dat het zich ook richt op de toegevoegde waarde van een alliantie voor beide merken.