Koninklijke

Over Hofleveranciers en Koninklijke bedrijven

Sommige bedrijven mogen het predikaat ‘Hofleverancier’ of ‘Koninklijk’ voeren. In 1987 zijn er uniforme regels ingevoerd voor het recht op gebruik van deze predikaten. Een Hofleverancier hoeft niet het Koninklijk Huis als klant te hebben; anderzijds is het zo dat een bedrijf dat daadwerkelijk aan het hof levert, zich niet automatisch Hofleverancier mag noemen. Het predikaat Koninklijk is voorbehouden aan grote, nationaal of internationaal opererende bedrijven en verenigingen.

Sommige bedrijven voeren het predicaat ‘Hofleverancier’ of ‘Koninklijk’. Het predicaat ‘Hofleverancier’ stamt af van het predicaat ‘Marchant du Roi’ (Frans voor ‘Koopman des Konings’) dat in 1806 door Lodewijk van Napoleon in de Lage Landen werd ingevoerd. Bij het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden (1815) voerde Koning Willem I het predicaat Hofleverancier in. Een hofleverancier was destijds iemand die aan het hof leverde en van een van de leden van het Koninklijk Huis het recht had gekregen dit predicaat te voeren.

Omdat er in de jaren tachtig van de twintigste eeuw veel onduidelijkheid bestond over de vraag of bepaalde bedrijven het predicaat hofleverancier wel waardig waren, is er in 1987 een nieuwe wet ingevoerd die het gebruik van de predicaten ‘Hofleverancier’ en ‘Koninklijk’ regelt. Het predicaat Hofleverancier is bedoeld voor lokale en regionale voortbrengers van producten en diensten; het predicaat Koninklijk is bestemd voor grote Nederlandse ondernemingen. In essentie staan de predicaten voor kwaliteit, soliditeit en continuïteit van de desbetreffende onderneming.

In 1987 werden er uniforme regels ingevoerd voor het recht op gebruik van de predicaten. Veel bedrijven die zich voorheen Hofleverancier mochten noemen, verloren na 1987 het predicaat omdat zij niet aan de nieuwe criteria voldeden. Sinds dat jaar mogen alleen door koningin Beatrix geselecteerde bedrijven de benaming ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ voeren; overige leden van het Koninklijk Huis mogen sinds die tijd dit predicaat niet meer verlenen.

Een uitzondering werd destijds gemaakt voor enkele bedrijven die het predicaat Hofleverancier mochten voeren uit naam van Z.K.H. prins Bernhard zolang hij leefde (zoals: Amstel Brouwerij te Amsterdam, Jacht- en Schietsportcentrum Dorhout Mees te Biddinghuizen, Schimmelpenninck Sigarenfabrieken te Wageningen en Biljartfabriek Wilhelmina te Amsterdam). In 1987 is er ook een uniform wapenschild voor het predicaat ‘Hofleverancier’ ingevoerd. Een Hofleverancier hoeft het Koninklijk Huis niet als klant te hebben; anderzijds is het zo dat een bedrijf dat daadwerkelijk aan het hof goederen levert, zich niet automatisch Hofleverancier mag noemen. Kortom, de belangrijkste criteria voor het predicaat Hofleverancier zijn:

  • Het recht kan alleen worden toegekend aan een onderneming die ten minste honderd jaar bestaat (bij voorkeur onder dezelfde naam). Over de ontstaansgeschiedenis moet duidelijke informatie verstrekt kunnen worden.
  • De onderneming dient een vooraanstaande positie in haar bedrijfstak in te nemen en moet een lokaal of regionaal belang hebben. De bestuurders van de onderneming moeten ‘van onbesproken gedrag’ zijn.
  • Het predicaat geldt voor vijfentwintig jaar, daarna moet een zogenoemde ‘bestendiging’ worden aangevraagd. Ook bij de wijziging van de juridische structuur van de onderneming moet bestendiging worden aangevraagd.

Aanvragen voor het predicaat Hofleverancier kunnen worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waarin de onderneming is gevestigd. Via de commissaris van de koningin wordt het verzoek door de particulier secretaris van de Koningin afgehandeld. Eind 2012 waren er in Nederland ruim 430 hofleveranciers geregistreerd. Enkele bekende hofleveranciers zijn Maison de Bonneterie te Amsterdam en ’s-Gravenhage, Distilleerderij Hooghoudt te Groningen en Schoenfabriek H. Greve te Waalwijk.

Alleen tijdens bijzonder jubileum

Het predicaat Koninklijk is voorbehouden aan grote, nationaal of internationaal opererende bedrijven en verenigingen. Om in aanmerking te komen voor het predicaat Koninklijk dient de onderneming de Nederlandse economische nationaliteit te bezitten. Daarnaast geldt voor verenigingen ondermeer dat zij niet het verspreiden van politieke, commerciële, religieuze of levensbeschouwelijke opvattingen tot doel mogen hebben. Het predicaat wordt slechts ter gelegenheid van een bijzonder jubileum verstrekt (honderd-, honderdvijfentwintig-, honderdvijftig- etc. jarig bestaan). Het predicaat Koninklijk mag niet op producten worden gevoerd en een onderneming mag niet beide predicaten (Hofleverancier en Koninklijk) voeren. In 1991-1992 moesten bijvoorbeeld alle supermarkten van Albert Heijn het wapen van Hofleverancier dat zij op hun gevel voerden, verwijderen. De reden was dat het moederbedrijf Ahold het predicaat Koninklijk was verleend, vanwege het honderdjarig bestaan van Albert Heijn in 1987.

Indien een bedrijf het predicaat Koninklijk mag voeren, mag het ook – bijvoorbeeld op zijn briefpapier – de koninklijke kroon afbeelden. Hoewel deze kroon enigszins gestileerd mag zijn, moet de hoofdband met vijf diademen duidelijk waarneembaar zijn. Bekende koninklijke ondernemingen zijn onder andere Koninklijke Auping (1888) en Koninklijke Wegenbouw Stevin/KWS (1901). Bekende koninklijke verenigingen zijn Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer (1849) en Koninklijke ANWB (1883).

Brevet Hofleverancier België

In België kent men het predicaat ‘gebrevetteerd Hofleverancier van België’. Deze titel kan worden toegekend aan een particulier of aan een onderneming. In tegenstelling tot Nederland moet er hier wel sprake zijn van leveranties aan het hof (over een periode van ten minste vijf jaren); slechts in bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken. Bovendien, wordt het brevet Hofleverancier in België voor een periode van vijf jaar toegekend en wordt in de regel stilzwijgend verlengd.

Referentie(s)
Krogt, M.R. van der (2000), Een koninklijk gebaar (hofleveranciers in Nederland). Europese bibliotheek, Zaltbommel.
Riezebos, J., Riezebos, R., (2004), Verzamelde Merken (de betekenis van 3166 namen van producten en bedrijven verklaard) (met bijdragen van Ton den Boon). Sdu Uitgevers, Den Haag.

Zie ook:

Auteur:

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Reactie plaatsen