Recyclen of weggooien?

Misschien heb je thuis een doos voor oud papier staan waar je kranten in weggooit. Als dat zo is, zul je er waarschijnlijk niet alleen kranten maar ook tijdschriften en gebruikte A4-vellen papier ingooien. Maar wat doe je met de papieren wikkel van een chocoladereep of met een opengescheurde kartonnen verpakking? Gooi je die bij het oud papier of gooi je die in de vuilnisbak? Twee onderzoekers stelden vast dat de grootte van datgene wat je weggooit en de mate waarin het is beschadigd, bepalen of we iets voor recycling aanbieden.

Gedurende het consumptieproces gebeuren er vaak dingen met de verpakking die de typische (zichtbare) kenmerken van het product aantasten: papier scheurt, blikjes lopen deuken op. Neem bijvoorbeeld een vel papier van A-4 formaat. De meeste consumenten zullen dit voor recycling aanbieden. Zodra zo’n vel echter gekreukt raakt of in kleine stukjes wordt geknipt of gescheurd, neemt de bruikbaarheid in de ogen van de consument af: het lijkt niet meer op het prototype. De kans dat het in de prullenbak belandt is dan ook veel groter.

Gezien het grote afvalprobleem en de rampzalige gevolgen voor het milieu is het erg belangrijk om het recyclegedrag van consumenten te begrijpen. De wetenschappers Trudel en Argo startten daarom een onderzoek naar de vraag waarom consumenten recyclebare producten vaak toch weggooien. Hun hypothese was dat wanneer de vorm of de grootte van een verpakking is aangetast, dit het recyclegedrag negatief beïnvloedt. Het product schuift dan in de beleving van de gebruiker als het ware op naar een andere categorie. Met andere woorden: de vervorming zorgt voor een afwaardering doordat het product niet meer lijkt op wat het oorspronkelijk was. En hoe meer een product vervormt tijdens gebruik, des te minder het wordt gezien als waardevol en dus recyclebaar.

De onderzoekers gingen ervan uit dat producten die in de ogen van de consument een hoge mate van bruikbaarheid hebben, eerder zullen worden gerecycled. Om die stelling te testen werden twee variabelen gemanipuleerd: vorm en grootte. De verwachting was dat wanneer tijdens het consumptieproces het eindproduct te klein wordt, dan wel incompleet, beschadigd of kapot raakt, het product niet langer wordt beschouwd als behorend tot zijn oorspronkelijke categorie. Anders gezegd: de door de consument waargenomen bruikbaarheid gaat achteruit en het product zal worden gerekend tot de categorie ‘afval’ en dus worden weggegooid.

Grootte is een belangrijke factor

Uit de onderzoeksresultaten wordt duidelijk dat de grootte van een product een belangrijke factor is: een groot vel papier wordt na gebruik eerder gerecycled dan een klein velletje. Het onderzoek toonde verder aan dat het vervormen c.q. flink verkleinen van het formaat van een product ertoe leidt dat de kans op recycling afneemt. Het is dus niet zozeer de vervorming die het ‘m doet, maar het uiteindelijke formaat dat overblijft.

Ook het materiaal blijkt een bepalende factor. Papier wordt in 63 procent van de gevallen hergebruikt, aluminium in 50 procent en plastics in slechts 7 procent van de gevallen. De onderzoekers stellen dan ook dat verder onderzoek gewenst is naar welke rol het materiaal speelt. En ook moet volgens hen worden onderzocht welke maatregelen er mogelijk zijn om het idee dat vervormde of kapotgemaakte artikelen per definitie onbruikbaar zijn, te bestrijden.

Er blijven wel nog wat losse eindjes over die nader onderzoek verdienen. Zo zullen milieubewuste consumenten eerder zeggen dat ze recycle ‘minded’ zijn. Maar het is onduidelijk of ze net zo vatbaar zijn voor de ‘flexibiliteit van de categorie-indeling’ zoals die uit het onderzoek is gebleken. Verder zou je uit de onderzoeksresultaten kunnen concluderen dat het niet uitmaakt of een product wordt vervormd door de directe gebruiker van het product of door iemand anders.

Toch is het volgens de onderzoekers voorstelbaar dat wanneer een product is ‘besmet’ door bepaalde mensen – bijvoorbeeld personen waar de consument zich niet mee identificeert – het sneller verhuist van de recycle-categorie naar de weggooicategorie dan wanneer anderen – waar hij tegenop kijkt – het hebben vervormd. Kortom: meer inzicht in wat verschillende contexten, producten en productkenmerken voor invloed hebben op wat als afval wordt gezien en wat als geschikt voor hergebruik wordt bestempeld, kan heel wat nuttige informatie opleveren.

Referentie(s)
Trudel, R., Argo, J.J. (2013), The effect of product size and form distortion on consumer recycling behavior. Journal of Consumer Research, vol.40, no.4, p.632-643.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Reactie plaatsen