Verwerken van kwalitatieve data

Verwerken van kwalitatieve data

Bij kwalitatief onderzoek bestaat vaak het misverstand dat er geen analysetechnieken kunnen worden toegepast. Kwalitatief onderzoek kan niet op dezelfde manier geanalyseerd worden als kwantitatief onderzoek, maar er zijn wel degelijk analysemethoden voor ontwikkeld. Dit artikel gaat in op twee onderwerpen van resultatenverwerking van kwalitatief onderzoek.

Verwerken van kwalitatieve data

De resultaten van kwalitatief onderzoek zijn vaak open antwoorden van een beperkt aantal respondenten. Hierdoor kunnen er geen statistische analyses op worden toegepast. Hieronder gaan we in op twee aspecten van het verwerken van kwalitatieve data: (1) het structureren en (2) het analyseren van deze data. Ten slotte staan we stil bij de betrouwbaarheid van kwalitatief onderzoek.

Bij het structureren van kwalitatieve data onderscheiden we drie stappen: (1) ordening, (2) labeling en (3) het vaststellen van verbanden. We lichten dit hieronder toe aan de hand van het verwerken van gegevens verkregen uit interviews.

Stap 1: Ordening

Nadat de interviews zijn uitgeschreven moet je de tekst ordenen. Tekst die niet relevant is voor de vraag- en doelstelling van het onderzoek moet je schrappen. Een volgende stap is het comprimeren van de tekst. Dit doe je door relevante antwoorden terug te brengen tot de essentie. Hiervoor moet je de antwoorden opdelen. Dit door je door steekwoorden (labels) te gebruiken. Om tot goede labels te komen, moet je beslissen welke analyse-eenheden je wilt gebruiken. Dit is afhankelijk van de vraagstelling van het onderzoek. De volgende vier analyse-eenheden zijn beschikbaar:

  • Woorden: hier selecteer en interpreteer je opvallende zelfstandig naamwoorden in de opmerkingen van de geïnterviewden.
  • Zinnen: hier selecteer je een hele zin en interpreteer je deze.
  • Fragmenten: bij fragmenten gaat het om delen van zinnen of alinea’s. Je deelt de tekst op en interpreteert de verschillende delen (fragmenten). Het is belangrijk dat de fragmenten afgeronde delen vormen. Het moet duidelijk zijn waar het over gaat.
  • Thema: hier wordt de tekst globaal geïnterpreteerd.

Analyse op woordniveau wordt vooral gedaan als de vraagstelling betrekking heeft op één specifiek aspect. Zinnen en fragmenten worden gebruikt als er een gedetailleerder beeld nodig is van meerdere aspecten. Bijvoorbeeld als je op zoek bent naar samenhang. Themaniveau is voldoende als je slechts een globaal beeld wilt vormen.

Stap 2: Labelling

Voordat je tot een kwalitatieve analyse kan overgaan, moeten je de gegevens eerst labelen. Labelen heeft veel overeenkomsten met het opdelen van een tekst in fragmenten. Bij labeling geef je expliciet aan wat het onderwerp is van elk fragment. Vanuit de literatuur of eerder onderzoek moeten er dan onderwerpen bekend zijn die betrekking hebben op de probleemstelling. Denk bijvoorbeeld aan imago, kwaliteitsperceptie, betrokkenheid, etc. Deze onderwerpen kun je gebruiken als label bij de fragmenten. Hiermee kun je alle fragmenten coderen. Zo ontstaat er een duidelijk beeld en kun je de verschillende interviews met elkaar vergelijken.

Bij een fragment kunnen vaak meerdere labels worden geplaatst. De interpretatie wordt echter moeilijker naarmate er meer labels aan een fragment worden gekoppeld. Het moet zo duidelijk mogelijk blijven waar een label betrekking op heeft en waar het label voor staat. Probeer daarom zo dicht mogelijk bij de inhoud van het fragment te blijven. Vermijd dat je de fragmenten al te veel gaat interpreteren. Het labelen moet namelijk zo objectief mogelijk worden gedaan. Je moet doorgaan met labelen van de verschillende fragmenten tot het moment dat er geen nieuwe labels meer mogelijk zijn. Alle fragmenten hebben dan één of meerdere labels.

Stap 3: Verbanden vinden

Door het labelen heb je een grote hoeveelheid data gereduceerd tot een relatief klein aantal labels. Met deze labels moet je antwoord proberen te geven op de vraag- en doelstelling. De vraagstelling is altijd leidend in een analyse. Voordat je begint met het zoeken naar verbanden is het dus belangrijk om vast te stellen wat je wilt weten en waarom. Vervolgens moet je op basis van de labels kijken naar verschillen, maar ook naar gelijkenissen tussen doelgroepen.

Stel, je bent op zoek naar verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om huidverzorging. Je hebt de gegevens uit de verschillende interviews gereduceerd naar een aantal labels. Door te kijken naar welke labels specifiek voor mannen versus vrouwen gelden – en welke labels voor beide opgaan – kun je verbanden vinden.

Analyseren van kwalitatieve data

De analyse van kwalitatieve data is afhankelijk van het doel van het onderzoek. Het is belangrijk om na labeling tot een model te komen waarin je de verbanden kunt beargumenteren. In grote lijnen zijn er hierbij twee analysemogelijkheden:

  • Beschrijvend: een eerste beschrijvende analyse is door de (gegroepeerde) labels te tellen (frequentie). Vervolgens kun je de lading van deze labels bepalen (positief of negatief). Het kan dan mogelijk zijn dat je een hiërarchische structuur ontdekt. Sommige labels komen bijvoorbeeld vaker voor en zijn daardoor belangrijker.
  • Exploratief of verklarend: hier moet er gezocht worden naar verbanden tussen de verschillende labels. Je wilt namelijk ‘verklaren’ waarom iets gebeurt. Dit is mogelijk door te analyseren welke labels gecombineerd worden genoemd. Ook is het mogelijk om binnen de interviews op zoek te gaan naar prototypen of subgroepen. Vervolgens kun je kijken welke labels of combinaties van labels door respondenten werden genoemd. Door prototypen of subgroepen te vergelijken, is het mogelijk om verbanden te ontdekken en te verklaren.

Betrouwbaarheid kwalitatief onderzoek

Bij kwalitatief onderzoek spreekt men meestal niet over betrouwbaarheid, maar over intersubjectiviteit. Om uitspraken te kunnen doen over intersubjectiviteit van kwalitatief onderzoek, moet je proberen vast te stellen of jijzelf als onderzoeker invloed op de resultaten hebt gehad. In een ideale situatie laat je je als onderzoeker niet leiden door eigen ervaringen of vooroordelen. Met andere woorden, je moet zo objectief mogelijk blijven. Het moge duidelijk zijn dat dit moeilijk is. Maar het is belangrijk dat de onderzoeksresultaten niet gekleurd zijn door jouw mening. Om dit zo veel mogelijk uit te sluiten, moet je eigenlijk een tweede onderzoeker erbij betrekken. Deze moet onafhankelijk van jou de resultaten analyseren en een labeling aanbrengen. De twee labelstructuren moeten dan vervolgens worden vergeleken. Door kunnen vervolgens gezamenlijke en betrouwbaardere resultaten worden benoemd.

Referentie(s)
Baarda, D.B., Goede, M.P.M. de, Teunissen, J. (2009), Basisboek kwalitatief onderzoek. Noordhoff Uitgevers, Groningen/ Houten.

 

Download PDF van dit artikel.

Auteur:

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Reactie plaatsen