Ben jij een snelle of een langzame denker?

Wat denk je zelf dat je bent: een snelle of een langzame denker? Veel mensen willen waarschijnlijk graag als ‘snelle denker’ gezien worden. Maar misschien moet je daar tòch even over nadenken. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman schreef het boek ‘Thinking, fast and slow’ en toont aan dat je beter te bekend kunt staan als l-a-n-g-z-a-m-e denker!

ben-je-een-snelle-of-een-langzame-denker-coverSysteem 1 vs. systeem 2

Ben jij een snelle of een langzame denker? In zijn 500 pagina dikke boek ‘Thinking, fast and slow’ onderscheidt Kahneman twee denksystemen:

  1. Systeem 1 is wat hij noemt een automatisch systeem, dat snel en met weinig inspanning conclusies trekt. Dit gebeurt zonder het gevoel dat je er controle over hebt. Kahneman noemt het letterlijk ‘a machine for jumping to conclusions’.
  2. Daarnaast is er systeem 2. Als dit systeem in werking treedt, wijs je aandacht aan mentale processen toe die inspanning vereisen. Als je bijvoorbeeld een complexe berekening wilt maken, ga je daar gewoonlijk ‘even voor zitten’.

Systeem 1 gebruiken we bijvoorbeeld als we een auto besturen in niet al te druk verkeer en als we de vraag moeten beantwoorden wat de hoofdstad van Frankrijk is. Maar ook de uitkomst van 2 x 2 baart ons weinig kopzorgen. Het wordt al lastiger als we het product van 17 x 24 moeten berekenen; zonder rekenmachine vergt dit nog al wat mentale effort. Kahneman betoogt in zijn boek dat we ons in veel te veel situaties laten leiden door systeem 1 en dat systeem 2 daardoor tekort wordt gedaan. Zelfs rechters laten zich vaak onbewust door systeem 1 denkprocessen leiden (waarover later meer).

Hoewel systeem 1 vaak werkt als een automatische piloot, vergt het net als systeem 2 mentale aandacht. Beide systemen kunnen elkaar overrulen. Als je bijvoorbeeld in de auto bezig bent het product van 17 x 24 te bepalen (een systeem 2 activiteit), kan een onverwachte manoeuvre van een andere auto je denkproces verstoren. Maar systeem 2 kan ook systeem 1 uitschakelen; een bekend voorbeeld daarvan is de ‘onzichtbare gorilla’ waarbij mensen worden geïnstrueerd bij het bekijken van een filmpje het aantal keren te tellen dat leden van een basketbalteam elkaar de bal overspelen. Door de activatie van systeem 2 valt het veel mensen niet op dat halverwege het filmpje iemand in een gorillakostuum het beeld doorkruist.

Voordat we verder ingaan op de activatie van systeem 1 en systeem 2, is het misschien leuk om eerst eens voor jezelf vast te stellen of je een snelle of een langzame denker bent (resp. systeem 1 en systeem 2). Hieronder volgen zes testjes; je kunt de antwoorden voor jezelf opschrijven.

Zes testjes

Test 1
Een slaghout en een bal kosten samen € 1,10. Het slaghout is één euro duurder dan de bal. Hoeveel kost de bal? € 0,05 of € 0,10?

Test 2
Stel, je loopt over straat en je komt een man tegen. Hij vertelt je dat hij twee kinderen heeft en van een daarvan maak je uit het gesprek op dat het een zoon is. Hoe groot is de kans dat de andere ook een zoon is? Eén op twee of één op drie?

Test 3
Als vijf machines er vijf minuten over doen om vijf producten te maken, hoe lang doen 100 machines er dan over om 100 producten te maken? 100 minuten of vijf minuten?

Test 4
In een meer groeien waterlelies. Elke dag verdubbelt hun aantal. Als het 48 dagen duurt voordat het meer is vol gegroeid, hoe lang doen de waterlelies er dan over om de helft van het meer te bedekken? 24 dagen of 47 dagen?

Test 5
Alle rozen zijn bloemen. Sommige bloemen verleppen snel. Mag je daardoor stellen dat sommige rozen snel verleppen?

Test 6
De laatste is de meest moeilijke test. Stel, een taxi was betrokken bij een ongeval en is na het incident doorgereden. In de desbetreffende stad rijden groene en blauwe taxi’s. 85% van de taxi’s is groen en 15% blauw. Een getuige gaf aan dat de desbetreffende taxi blauw was. Maar omdat het donker was liet de rechter uitzoeken hoe betrouwbaar zijn antwoord kon zijn. Uit onderzoek blijkt dat de ooggetuige in 80% van de gevallen de juiste kleur weet te noemen en dat hij er in 20% van de gevallen naast zit. Wat is nu de kans dat de taxi die bij het ongeval betrokken was, daadwerkelijk blauw was? Het juiste antwoord is 41%; de vraag is alleen hoe je dat berekent.

Antwoorden

De juiste antwoorden luiden als volgt: test 1: € 0,05; test 2: één op drie; test 3: vijf minuten; test 4: 47 dagen en bij test 5 mag je deze conclusie niet trekken. De uitleg van deze antwoorden vind je aan het eind van dit document. Daar wordt ook de berekening van het antwoord van test 6 toegelicht. Vallen de resultaten van deze test je tegen? Niet getreurd, Kahneman meldt namelijk dat bij de Amerikaanse topuniversiteiten slechts 50% van de studenten bij test 1 het juiste antwoord weet te geven en dat dit bij andere universiteiten gemiddeld genomen slechts 20% is. Kortom: de meerderheid van de mensen is een ‘systeem 1 denker’. Dit betekent dat we ons bij het beantwoorden van vragen gewoonlijk laten leiden door de meest voor de hand liggende beslisregel en deze hoeft niet perse de juiste te zijn.

Neiging systeem 1 te gebruiken

Kahneman toont aan dat wij in allerlei situaties geneigd zijn systeem 1 antwoorden te geven en dat dit met bepaalde technieken is te beïnvloeden. Ter illustratie: de volgende vraag wordt aan je voorgelegd:

Was Gandhi ouder of jonger dan 144 jaar toen hij stierf?

Iedereen voelt aan dat Gandhi nooit zo’n hoge leeftijd bereikt kan hebben, maar als we de vraag moeten beantwoorden hoe oud hij was toen hij stierf, zal onze schatting(?) veel hoger liggen dan wanneer in de vraag hierboven ‘144 jaar’ wordt vervangen door ’65 jaar’ (Gandhi werd overigens 78 jaar oud). De leeftijd in de vraag fungeert hier als een ‘anker’ voor je antwoord.

Kahneman haalt een onderzoek aan waaruit blijkt dat het anker-mechanisme ook bij rechters werkt. Een beroepsgroep die je niet één-twee-drie zou labelen als systeem 1 denkers. In een onderzoek moesten Duitse rechters een strafmaat bepalen voor een winkeldief. De vraag die hen werd voorgelegd, was hoeveel maanden de winkeldief de cel in moest. Alvorens de rechters hun oordeel velden, werd hen gevraagd met (gemanipuleerde) dobbelstenen te gooien. De mogelijke uitkomsten waren 3 en 9. Degenen die ‘3’ gooiden, gaven een gevangenisstraf van gemiddeld vijf maanden; de rechters die ‘9’ gooiden gaven een gevangenisstraf van gemiddeld acht maanden.

De dobbelstenen activeren dus onbewust een systeem 1 denkproces, dit terwijl de rechters eigenlijk in ogenschouw hadden moeten nemen welke straffen in soortgelijke zaken werden opgelegd (een systeem 2 procedure). Ook in marketing wordt gebruik gemaakt van het anker-effect: als consumenten bij een actie een gelimiteerd aantal producten mogen kopen, schaffen ze gemiddeld veel meer producten aan dan wanneer er geen limiet wordt gecommuniceerd.

De beschikbaarheid van informatie kan tevens invloed zijn op systeem 1 processen. Omdat problemen van filmsterren vaak breed uitgemeten worden in de media, zijn we geneigd te denken dat zij veel vaker geconfronteerd worden met persoonlijke problemen dan ‘doorsnee burgers’. Beschikbaarheid van informatie is makkelijk te manipuleren: schrijf voor jezelf maar eens zes situaties op waarin je het gevoel had assertief op te treden. En probeer dan vervolgens nog maar eens objectief de vraag te beantwoorden hoe assertief je bent. Of stel dat een docent je na afloop van een college vraagt 20 verbeterpunten op te schrijven; niet meer, maar bij voorkeur ook niet minder. Vervolgens word je gevraagd zijn college te evalueren. Omdat het in de meeste gevallen onmogelijk is 20 verbeterpunten te benoemen, trek je onbewust de conclusie dat het wel een heel goed college moet zijn geweest.

Als er emotie of risico in het spel is, overrulet systeem 1 al gauw systeem 2. Wat is dodelijker: een tornado of astma? Een tornado roept sterkere negatieve gevoelens op dan astma, waardoor mensen denken dat de kans groter is om dodelijk getroffen te worden door een tornado dan door astma. Astma leidt echter volgens de statistieken tot 20 keer zo veel doden als tornado’s.

Volgens Kahneman vertrouwen veel te veel mensen op systeem 1, terwijl ze eigenlijk statistische ‘base rates’ als uitgangspunt zouden moeten nemen. Zelfs professionele beleggers blijken in diverse onderzoeken het gemiddeld genomen niet beter te doen dan ‘huis, tuin en keuken’ beleggers. Maar systeem 1 zorgt er voor dat we goede resultaten toeschrijven aan de professionaliteit van de belegger en slechte resultaten verdringen. Kahneman is in zijn boek bijvoorbeeld ook niet bijzonder positief over de invloed van een CEO op de resultaten van zijn/ haar bedrijf en ook trekt hij expertopinies sterk in twijfel.

Kahneman laat zien dat het onderscheid tussen systeem 1 en systeem 2 denken verstrekkende gevolgen kan hebben. De meesten van ons zullen van mening zijn dat we altijd goed berationaliseerde beslissingen nemen, terwijl systeem 1 denken meestal overheerst. Kahneman voert ook de discussie op of de overheid ons niet moet beschermen tegen allerlei op systeem 1 gebaseerde beslissingen, bijvoorbeeld door instituten op te zetten die ons van de juiste informatie voorzien. Kortom, Thinking, fast en slow is een lezenswaardig boek waardoor je de wereld om je heen met andere ogen gaat bekijken.

Referentie(s)
Kahneman, D. (2011), Thinking, fast and slow. Allen Lane, Penguin Group, London, U.K.

Toelichtingen op de antwoorden van de zes tests

Test 1

Snelle denkers antwoorden € 0,10, maar als de bal € 0,10 kost, kost de set € 1,20
(€ 0,10 voor de bal en € 1,10 voor het slaghout). Het correcte antwoord is dus € 0,05
(€ 0,05 + € 1,05 = € 1,10).

Test 2

Snelle denkers antwoorden 50% omdat ze de regel toepassen dat je bij elk kind circa 50% kans hebt dat het een jongen of een meisje is. Snelle denkers gebruiken daarbij echter de verkeerde rekenregel. Er zijn in theorie namelijk vier combinaties mogelijk:

  • De eerstgeborene is een meisje en het tweede kind ook.
  • De eerstgeborene is een meisje en het tweede kind is een jongetje.
  • De eerstgeborene is een jongetje en het tweede kind is een meisje.
  • De eerstgeborene is een jongetje en het tweede kind is ook een jongetje.

De eerste optie (twee dochters) valt af omdat de man aangaf een zoon te hebben. De kans dat zijn andere kind ook een zoon is, is dan één op drie.

Test 3

Als vijf machines er vijf minuten over doen om vijf producten te maken, dan doet elke machine er dus vijf minuten over om één product te maken. 100 machines zullen dan dus ook in vijf minuten een even zo groot aantal producten (100) maken. Het juiste ‘systeem 2’ antwoord is dus vijf minuten.

Test 4

Snelle denkers geven 24 dagen als antwoord; systeem 2 denkers geven het correcte antwoord: 47 dagen. Als na 47 dagen het meer voor de helft is bedekt met waterlelies en ze verdubbelen zich na elke dag, is het meer in 48 dagen vol gegroeid.

Test 5

Alle rozen zijn bloemen. Sommige bloemen verleppen snel. Mag je daardoor stellen dat sommige rozen snel verleppen? Snelle denkers vinden dit een valide conclusie, maar het kan natuurlijk zo zijn dat rozen niet behoren tot de groep van bloemen die snel verleppen.

Test 6

Nog even de feiten op een rijtje:

  • De getuige beweert een blauwe taxi gezien te hebben.
  • 85% van de taxi’s is groen en 15% is blauw.
  • De getuige weet in 80% van de gevallen de juiste kleur te noemen.

Het antwoord is met behulp van Bayesiaanse statistiek te berekenen:

  • De kans is 12% groot (15% van 80%) dat de getuige terecht constateerde dat het om een blauwe taxi ging.
  • De kans is 17% groot (85% van 20%) dat de getuige een groene taxi aanzag voor een blauwe taxi.
  • Daarom is er een kans van 29% (12% plus 17%) dat de getuige de taxi identificeert als zijnde blauw.
  • Dit resulteert in een kans van 41% (12% delen door 29%) dat de gespotte taxi inderdaad blauw is.

 

ben-je-een-snelle-of-een-langzame-denker-tabelErgo: ondanks het verslag van de getuige is de kans dus groter dat de taxi groen was (59%) dan blauw (41%).

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Reactie plaatsen