Introductie

Brand stretching is gebaseerd op imagotransfer, een proces waarin associaties van het ene naar het andere merk worden overgedragen. Er zijn vier stretch-strategieën: ingredient branding, extensie, endorsement en co-branding.

George Clooney

Endorsement deals: de celebrity onder vuur

Nespresso en George Clooney; Chanel en Brad Pitt; Pepsi en Beyoncé. Veel bedrijven schakelen celebrities in om hun merk aan te prijzen. Door je merk aan een bekend persoon te koppelen, kun je je merk een enorme boost geven. Er is al veel onderzoek gedaan naar het effect dat een ‘personality endorsement’ op een merk kan hebben. Zowel in positieve als in negatieve zin. Maar… hoe zit dat andersom? Wat is het effect op de beeldvorming rond een celebrity als het merk dat hij/zij aanprijst negatief in het nieuws komt?

» Lees verder!

Het gevaar van defensief ingezette line extensions

Het gevaar van defensief ingezette lijnextensies

De extensiestrategie is een beproefde methode om op een sterk merk te kapitaliseren. Vaak worden lijnextensies proactief/offensief ingezet om naar variatie zoekende consumenten aan het merk te binden. Maar soms worden lijnextensies ook reactief/defensief ingezet, bijvoorbeeld om een nieuwe concurrent met een uniek ingrediënt de loef af te steken. Onderzoek toont aan dit laatste niet zonder gevaar is.

» Lees verder!

Co-branding: meeliften op een bekend merk

Co-branding: meeliften op een bekend merk

Het valt niet mee om een nieuw merk succesvol in de markt te zetten. Vandaar dat startende merken zich bij hun introductie graag associëren met een bekend merk, vanuit de gedachte dat roem besmettelijk is. Zo’n co-branding met een gerenommeerd merk kan heel goed uitpakken. Een van de eerste succescases op dit gebied waren de keukenproducten van Philips – Alessi. Maar doet het gunstige uitstralingseffect van co-branding zich wel in alle omstandigheden voor?

» Lees verder!

Als je dipsaus maar lekker is

Als je dipsaus maar lekker is!

Diverse merken chips brengen onder hetzelfde merk verschillende smaken dipsaus op de markt. Je zou je kunnen afvragen of een consument hier echt op zit te wachten. Want is een ‘echt merk’ dipsaus niet veel lekkerder dan een dipsaus van een fabrikant die juist heel goed is in het maken van lekkere chips? Onderzoek gaat in op de vraag wat nu wijsheid is; kopen consumenten bij voorkeur meerdere producten van hetzelfde merk of niet?

» Lees verder!

cultuur congruente merkextensies

Engelse drop van Armani?

Veel bekende merken zijn internationale cultuuriconen van hun land geworden. Corona beschouwen we bijvoorbeeld als ‘echt’ Mexicaans bier, Burberry is onvervalst Engels en Armani is onomstotelijk Italiaans. De vraag is wat dit betekent voor de extensiestrategie van dergelijke merken. Onderzoek suggereert dat Armani beter cappuccino op de markt kan brengen dan Engelse drop…

» Lees verder!

Is een film-extensie rendabel?

Hoeveel leveren merkextensies eigenlijk op? Onderzoek van Hennig-Thurau, Houston en Heitjans gaat in op de financiële waarde van merkextensies. Dit onderzoek spitst zich toe op films en legt bloot of Spiderman 2 meer geld had opgebracht onder een andere naam, en wat het effect is van Spiderman 2 op de verkopen van de eerste film uit deze serie.

» Lees verder!

Ingredient brand

Ingrediënt branding: van b-to-b naar b-to-b-to-c

Een business-to-business product is niet altijd zichtbaar voor de consument. Het is de vraag of je het succes van een b-to-b product niet sterk kunt vergroten door het ook zichtbaar in te zetten richting de consumentenmarkt. Uit een gepubliceerde inventarisatie wordt duidelijk dat een b-to-b-to-c benadering een enorme impuls kan geven aan producten die van oorsprong alleen in een b-to-b context werden verkocht. Deze inventarisatie is onderbouwd met succesvolle voorbeelden van ingredient brands.

» Lees verder!

Succes- en faalfactoren bij merkextensies

Succes- en faalfactoren bij merkextensies

In het merkextensie model van Charlotte Blom worden drie factoren onderscheiden die het succes van een merkextensie bepalen: (1) markt-, (2) onderneming- en (3) merkgerelateerde factoren. Deze factoren zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en daarnaast heeft Blom in samenwerking met ACNielsen een analyse uitgevoerd op honderd merkextensies, op basis van de verkoopgegevens van vijftig grote FMCG-merken in de Nederlandse markt.

» Lees verder!

Co-branding strategie

Vier co-branding strategieën

Leuthesser, Kohli en Suri onderscheiden in hun co-branding strategie model vier verschillende typen co-branded products. Deze typologie is gebaseerd op twee dimensies: de complementariteit van de oorspronkelijke merkproducten en de vraag of we met het co-branded product een bestaande of een nieuwe doelgroep willen aanspreken. Op basis van deze dimensies worden vier strategieën onderscheiden: (1) naar binnen keren, (2) naar buiten keren, (3) hoger reiken en (4) verder reiken.

» Lees verder!

Filmnamen

Extensies bij films; welke naamstrategie werkt het best?

Producenten van consumentengoederen maken veelvuldig gebruik van de extensiestrategie. Ook in Hollywood wordt deze strategie toegepast. Bij films zijn twee varianten te onderscheiden: extensies met een nummer (zoals ‘Back to The Future II’) en extensies met een subtitel (zoals bij ‘Pirates of The Caribbean’; na ‘The Curse of The Black Pearl’ is er ‘Dead Man’s Chest’). Onderzoek toont aan dat bij films de subtitel-strategie beter werkt.

» Lees verder!

merklicenties

The licensing business handbook

Het kenmerk van een sterk merk is dat je er op kunt kapitaliseren. Ofwel: dat de opgebouwde merkwaarde in klinkende munt kan worden omgezet. Menig merkeigenaar doet dat door extensies en co-branded products te introduceren, waarbij het merk in licentie wordt uitgeleend. The licensing business handbook (2008) van Karen Raugust is een must voor elke brand manager die met licenties te maken krijgt.

» Lees verder!

Merkimago Transfer model van Riezebos

Merkimago Transfer model van Riezebos

Het model voor Merk Imago Transfer brengt de kritieke factoren voor imagotransfer in kaart, een proces dat relevant is bij ingredient branding, extensies, endorsement en co-branding. In het model worden een bron en een doel onderscheiden en zijn zes kritieke factoren benoemd voor de overdracht van associaties van bron naar doel.

» Lees verder!

Brand circle

De Brand Circle van Hugh Davidson

Hugh Davidson benoemt in zijn Brand Circle vier gebieden relevant voor het uitbouwen van een merk: de ‘inner core’, de ‘outer core’, de ‘extension zone’ en de ‘no-go area’. De middelste cirkel (‘inner core’) is het startpunt van de merkcyclus. Vervolgens kan een merk bij voldoende potentie/ merkfit meer producten introduceren, zowel in de ‘outer core’ als in de ‘extension zone’. Bij het oprekken van een merk is het goed ook te benoemen waar de grenzen van het merk liggen; in het model is dit benoemd als de ‘no-go area’.

» Lees verder!

Brand Stretch model van Taylor

Brand Stretch model van Taylor

David Taylor onderscheidt in zijn Brand Stretch model zes stappen om tot een succesvolle extensie te komen: (1) het op sterkte brengen van het merk, (2) het formuleren van een merkvisie, (3) het bedenken van mogelijke extensies, (4) het kiezen van ‘extended products’, (5) het vormgeven van ‘extended products’ en (6) het formuleren van de merkpropositie voor communicatie. Sterk punt van dit model is dat het alle relevante beslissingen in de juiste volgorde in kaart brengt.

» Lees verder!

Brand Dilution model van Riezebos

Brand Dilution model van Riezebos

Door extensies kunnen merken ‘verwateren’, waardoor het voor consumenten niet meer duidelijk is waarom ze het moeten kopen. In het Brand Dilution model zijn twee factoren benoemd aan de hand waarvan het gevaar op verwatering ingeschat kan worden. Bij dit model is de Mona/ Vifit case beschreven, waar bij de splitsing van deze twee merken in 2001 gebruik is gemaakt van het Brand Dilution model.

» Lees verder!

Brand Alliance model van Jansen

Brand Alliance model van Jansen

Het Brand Alliance model van Michel Jansen onderscheidt twee effecten van merkallianties: (1) de bijdrage van beide merken aan de attitude ten aanzien van de merkalliantie en (2) het effect van de merkalliantie op de attitude van de in de alliantie participerende merken. Bijzonder aan dit model is dus dat het zich niet beperkt tot de vraag wat het succes van een merkalliantie bepaalt, maar dat het zich ook richt op de toegevoegde waarde van een alliantie voor beide merken.

» Lees verder!